Afbeelding
07 jun 20
07 jun 20
Privacywetten tegen racisme

In de huidige discussie over institutioneel racisme gaat de aandacht vooral uit naar de ordehandhavers op straat, zoals excessief politiegeweld en racistische vooroordelen bij het aanhouden van mensen. Maar onder de radar zijn er nog meer, en groeiende risico’s. Risico’s die, anders dan fysiek geweld, niet zichtbaar gemaakt kunnen worden met een filmpje van onze smartphone.

Het grootschalig gebruik van persoonsgegevens vergroot het risico op vooroordelen en racisme. Het is al bekend dat methodes als “profiling”, automatische gezichtsherkenning, en kunstmatige intelligentie een ingebouwde “bias” hebben, een vooroordeel dat zichzelf steeds verder versterkt via de algoritmen.

De gretigheid waarmee wordt gekeken naar de mogelijkheden van “predictive policing’, ofwel misdaden voorspellen op grond van geautomatiseerde profielen, is vanuit dat oogpunt levensgevaarlijk. Het eeuwige argument van “veiligheid” is een drogredenering, als de politie voor een deel van de bevolking geen bescherming maar juist de bedreiging vormt. En voor wie denkt dat het in de praktijk wel mee zal vallen, verwijs ik graag naar het jongste schandaal bij de Belastingdienst, waarbij (bewust) gebruik is gemaakt van racial profiling. Of het Deense strafrecht, dat hogere straffen kan opleggen op basis van postcode, wat in de praktijk neerkomt op geformaliseerd racisme (ooit wilde de VVD zo’n wet ook in Nederland invoeren, maar dat liet hij weer varen).

In de laatste twee decennia hebben politie en veiligheidsdiensten steeds meer bevoegdheden gekregen. Enerzijds als reactie op dreiging van terreur, en anderzijds door de ontwikkeling van nieuwe technologieën die kunnen worden ingezet bij opsporing en vervolging. Kritische vragen over privacy en burgerrechten worden vaak weggewuifd als “wereldvreemd” en “lastig” voor de wetshandhavers. Politici vinden nieuwe, high-tech systemen voor politie en veiligheidsdiensten wel sexy, want het geeft de belofte dat we allemaal veiliger worden, als we maar bereid zijn een beetje van onze privacy op te geven. De nadelen worden pas later zichtbaar, als het kalf al verdronken is.

De politici die jarenlang het bestaan van racisme ontkenden, zijn veelal ook degenen die bijna obsessief pushen voor méér, en méér, en méér gebruik van persoonsgegevens “voor onze veiligheid”.

Macht corrumpeert, en absolute macht corrumpeert absoluut, zo gaat het spreekwoord. Daarom is de essentie van democratie ook controle op de macht. Overheden krijgen macht, bevoegdheden, om taken uit te voeren voor de burgers. Maar niet meer bevoegdheden dan noodzakelijk om die taken uit te voeren, en altijd met stevige controle op het gebruik van die bevoegdheden. Zeker als het gaat om overheden met een geweldsmonopolie.

Wetten die het gebruik van persoonsgegevens reguleren zijn geen obstakel voor goed politiewerk, maar juist een hulpmiddel waarmee gelijke behandeling en gerechtigheid gewaarborgd kunnen worden. Daarom zet ik me al jaren in voor aanscherping van de Europese wet die gebruik van persoonsgegevens door de politie reguleert. En daarom zet D66 zich in voor stevige regulering voor Kunstmatige Intelligentie, zodanig dat de grondrechten en gelijke behandeling verankerd zijn in de wet.

print