Afbeelding
visie voor Europa
visie voor Europa

Goed nieuws: Europa gaat een stralende toekomst tegemoet

De Europese Unie gaat door de meest turbulente periode uit haar bestaansgeschiedenis. Niet alleen beleven we de diepste economische crisis in tachtig jaar, ook is de wereld van vandaag in een

razend tempo aan het veranderen. Europa moet een antwoord vinden op volstrekt nieuwe uitdagingen. Nieuwe technologieën zetten alles op zijn kop en tarten de gevestigde belangen. Nieuwe landen verschijnen op het toneel van de wereldpolitiek, en eisen dat de oude machten inschikken. Maar Europa aarzelt, en draait angstig haar rug naar de wereld. Europeanen twijfelen aan zichzelf en hun vermogen om problemen aan te pakken en uitdagingen het hoofd te bieden.Hulpeloos proberen we op de oude vertrouwde manier de zaken te regelen. Maar de methoden die we in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontworpen om Europa te besturen, voldoen niet meer.

In de jaren vijftig besloten we de Europese staten zo nauw aan elkaar te verbinden dat ze onderling geen oorlog meer zouden voeren. Op de puinhopen van twee wereldoorlogen besloten we als Europeanen ons lot aan elkaar te verbinden, om vrede en vrijheid te garanderen. Het bleek een succesvol model en steeds meer landen sloten zich aan. Na de val van de Berlijnse muur slaagden we erin de decennialange scheuring van het continent te helen.  

‘Europeanen hebben bewezen over enorme veerkracht te beschrikken’

Het pad van Europese integratie ging nooit over rozen. Twijfelaars en tegenstanders waren er vanaf dag één. Blokkades, conflicten en crises deden zich in die ruim zes decennia regelmatig voor. Maar in het huidige klimaat van onzekerheid en wantrouwen bekruipt ons soms het sombere gevoel dat er geen uitweg is. Waar politiek leiderschap ons gerust zou moeten stellen en ons vertrouwen zou moeten teruggeven, is er toenemende politieke instabiliteit en lijkt de democratie zelf bijna te wankelen. Te licht vergeten we dat wij Europeanen hebben bewezen over enorme veerkracht te beschikken. Steeds weer komen we sterker uit de crisis. Steeds weer bleken we tot meer in staat dan we zelf dachten.  

De wereld stelt ons de komende decennia voor enorme uitdagingen. Europese integratie in de 21e eeuw gaat niet meer alleen over de verhouding tussen Europese landen onderling, maar over de verhouding van Europa met de wereld. De wereld verwacht een leidende rol van Europa. Europese burgers verwachten een leidende rol van Europa in de wereld. Maar met een bestuur ‘Model 1957’ kan Europa die leidende rol onmogelijk grijpen, ook niet als we het model een beetje opkalefateren. Model 1957 is vermolmd en kan naar het museum. Om de uitdagingen aan te gaan en de nieuwe kansen te grijpen moet Europa de stap maken naar een volwaardige politieke unie, een gemeenschap van 500 miljoen burgers. Model 2057. Juist nu, nu alles in beweging is, moeten we terug naar de tekentafel en Europa opnieuw inrichten. Nu is er de kans voor radicale democratische vernieuwing van de eu .

‘Europese integratie in de 21e eeuw gaat niet meer alleen over de verhouding tussen Europese landen onderling, maar over de verhouding van Europa met de wereld’

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1

De wereld van 1957

In 1951 vormde de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal de eerste stap op weg naar Europese samenwerking. Maar met het Verdrag van Rome uit 1957 kreeg de Europese integratie pas echt vaart. Hoe zag de wereld eruit in die jaren?
In 1957 belden we met bakelieten telefoons en we luisterden naar transistorradio’s. Van die gloednieuwe uitvinding, de televisie, waren er 120 duizend in Nederland. Er werd twaalf uur per week uitgezonden. In 1957 werd in Oost-Duitsland de Trabant uitgevonden, een jaar later kwam het Pientere Pookje van daf. Rond 1960 had in Nederland één op de zes gezinnen een auto.

De allereerste file stond in 1955 bij Oudenrijn. Het grootste probleem van de autobezitter was niet uitstoot, maar roest. Het zou nog twaalf jaar duren voordat de eerste mens op de maan landde. Vrouwen werden pas in 1956 wettelijk handelingsbekwaam. De wet schreef hen (tot 1991!) seksuele gehoorzaamheid aan de man voor, tot 1969 was openlijke verkoop van voorbehoedsmiddelen verboden. Het Bisschoppelijk Mandement verbood in 1954 lidmaatschap van de vara; lidmaatschap van de pvda of het Humanistisch Verbond werd ten strengste afgekeurd.

In de vs werd rassenscheiding op scholen pas in 1954 verboden, en Afro-Amerikanen moesten nog tot 1964 wachten op volledige burgerrechten. Zuid-Afrika had Apartheid net ingevoerd. Homoseksualiteit was volgens de officiële classificatie van de Wereldgezondheidsorganisatie nog een ziekte (tot 1990). De seksuele revolutie, de studentenopstanden en de ontkerkelijking waren nog niet in zicht. De aow was in 1957 een noviteit. Het Rijksvaccinatieprogramma tegen gevreesde volksziektes als pokken, tuberculose en polio begon in 1957. Europa maakte circa 20 procent uit van een wereldbevolking van nog maar 2,5 miljard mensen. Het was de tijd van de Koude Oorlog en de wapenwedloop. In de vs jaagde. McCarthy obsessief op vermeende Communisten, terwijl Oost-Europa onder de knoet van de Sovjets was gebracht, het begin van vier decennia dictatuur. Het Warschaupact werd in 1955 opgericht, tegenover de navo.

Voor reizen naar België bestond nog visumplicht, met uitgebreide paspoortcontroles aan de grens. De Berlijnse Muur moest nog worden gebouwd – en afgebroken. Veel West-Europese landen hadden nog onbekommerd koloniën.

Van de huidige leiders heeft alleen Dany Cohn-Bendit als tiener de start van de Europese integratie bewust meegemaakt. Merkel, Hollande en Verhofstadt werden in 1957 net zindelijk. Donald Tusk was een maand oud, Vladimir Poetin zat in de eerste kleuterklas. De ouders van Barack Obama en ook de ouders van David Cameron moesten nog verkering krijgen.

In Nederland was de gasbel bij Slochteren nog niet ontdekt, twee op de drie mensen werkten in de landbouw of industrie. De levensstandaard was laag, maar er was werk en door de wederopbouw kreeg iedereen het steeds beter.

Zo zag de wereld eruit toen de Europese integratie op touw werd gezet. Sinds 1957 is de wereld onherkenbaar veranderd. Vrijwel niets bleef bij het oude. Of toch wel: de manier waarop we de Europese Unie besturen is in al die jaren vrijwel hetzelfde gebleven. De instituties die in de jaren vijftig werden opgezet, functioneren nog min of meer op dezelfde wijze als toen. De Europese Commissie vierde onlangs haar 2000e vergadering. Nog steeds wordt de eu bestuurd als een project van deftige diplomaten, die onderhandelen namens een paar tamelijke homogene natiestaten over overzichtelijke thema’s als kolen en staal, en landbouwbeleid. Nog steeds neemt een handjevol hoogwaardigheidsbekleders besluiten achter gesloten deuren. De officiële foto’s zien er nu niet wezenlijk anders uit dan in 1957: veel mannen in driedelig grijs (het aandeel vrouwen is sinds 1957 amper toegenomen).  

De enige betekenisvolle verandering is de rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement. Een Parlement dat zich in ruim dertig jaar heeft ontwikkeld van een adviesorgaan in de marge, tot een politieke arena waar zelfs regeringsleiders zich laten zien.

Vandaag de dag wordt Europa bestuurd volgens dezelfde methode als in 1957.

‘Vandaag de dag wordt Europa bestuurd volgens dezelfde methode als in 1957’

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2

De wereld van vandaag

Informatie- en Communicatierevolutie

De wereld van vandaag verandert ingrijpend en in een duizelingwekkend tempo. De technologische vooruitgang leidt tot een diepgaande en onomkeerbare verschuiving van de maatschappelijke, economische en bestuurlijke verhoudingen. We kunnen gerust spreken van een Informatie- en Communicatierevolutie, van een omvang vergelijkbaar met die van de Industriële Revolutie. Net als de Industriële Revolutie geeft de Informatie- en Communicatierevolutie ons niet alleen nieuwe technologische middelen, maar het verandert radicaal en onomkeerbaar de manier waarop de samenleving is georganiseerd. Politieke macht en economische middelen komen ineens binnen bereik van hele nieuwe groepen.

De Industriële Revolutie leidde in de 19e eeuw tot een ongeëvenaarde welvaarts- en bevolkingsgroei, stijging van de levensverwachting en sterke verstedelijking. De geïndustrialiseerde landen boden een hogere levensstandaard voor brede lagen van de bevolking. De organisatie van arbeid en bestuur werd radicaal omgegooid. In het kielzog van gemechaniseerde massaproductie kwamen de vakbonden op. De burgerij en de economische elite wonnen het nu definitief van de aristocratische machthebbers.

In dezelfde periode kwam de natiestaat op, met een centraal gezag, eenheidstaal, leger en uniform schoolsysteem. De oude lokale tradities werden met harde hand onderdrukt. Maar ook de huidige parlementaire democratie en grondwetten stammen uit die periode, net als de vertrouwde politieke ideologieën. De bestuurlijke orde werd aangepast aan de eisen van de nieuwe tijd.

Ook de Industriële Revolutie kende niet alleen winnaars. Er was angst en verzet tegen de nieuwe tijden, zoals van de Luddieten (tegenwoordig zouden we ze ‘technofoob’ noemen), die actie voerden tegen de mechanisering van het weefgetouw die de ambachtslieden werkloos zou maken. De Industriële Revolutie bracht ook nieuwe uitdagingen, zoals op het gebied van leefmilieu, gezondheid en sociale omstandigheden.  

‘De huidige Informatie- en Communicatierevolutie brengt een net zo radicale omwenteling teweeg als de Industriële Revolutie’  

De huidige Informatie- en Communicatierevolutie brengt een net zo radicale omwenteling teweeg als de Industriële Revolutie. Het gebruik van ict brengt economische groei binnen bereik van de allerarmsten. Een simpele mobiele telefoon geeft een veeboer in een Afrikaanse woestijn ineens toegang tot logistiek en kennis die tot dan toe onbereikbaar waren. Onderdrukte jongeren in oude dictaturen slagen erin via Twitter en mobiele telefoon de oude machtsstructuren aan het wankelen te brengen. Net zoals het burgers in een wereldwijde, spontane campagne lukt het omstreden anti-namaakverdrag acta effectief naar de prullenbak te verwijzen, of de jacht openen op Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony.

Door de komst van internet worden lineaire, hiërarchische, statische structuren vervangen door losse netwerken. In plaats van ketens met vele schakels leggen mensen rechtstreekse verbindingen. Tussenpersonen en bemiddelaars worden overbodig. In de creatieve industrie worden films, muziek en boeken niet meer verspreid via distributeurs, maar gaan de producten van artiesten en auteurs rechtstreeks naar de afnemer. Websites als Marktplaats brengen koper en verkoper rechtstreeks met elkaar in contact. In de financiële sector vinden crediteuren en debiteuren elkaar op het internet in plaats van via een traditionele bank, en crowdfunding brengt in een mum van tijd geld bijeen voor een gezamenlijk doel. Het internet is een arena geworden voor wereldwijde politieke one issue campagnes, waarbij miljoenen burgers worden gemobiliseerd terwijl gevestigde politieke partijen, maatschappelijke organisaties en vakbonden aanhang verliezen. Landsgrenzen vervagen in rap tempo.

In het internettijdperk hebben mensen rechtstreeks, vrijwel realtime, toegang tot nieuws uit de hele wereld. De rol van journalist verschuift van het vergaren en verspreiden van nieuws naar onderzoek en duiding. Consumenten en patiënten zijn met het internet als informatiebron en ontmoetingsplek een nieuwe, georganiseerde macht tegen misstanden, onafhankelijk van officiële instanties, toezichthouders of belangenorganisaties. Open source, crowdsourcing, Wikipedia en wetenschappelijke platforms maken het mogelijk wereldwijd kennis te delen en te vermeerderen. Dat geeft het adagium ‘kennis is macht’ een compleet nieuwe dimensie.

De informatie- en communicatietechnologie geeft overheden steeds meer macht om burgers te controleren. In het afgelopen jaar werd duidelijk dat onder het mom van nationale veiligheid overheidsdiensten onbeperkte bevoegdheden kregen om in te breken in alle aspecten van ons leven. Inlichtingendiensten lijken volstrekt op hol geslagen in het internettijdperk.

Andersom biedt internet burgers echter ook ongekende mogelijkheden voor controle op politieke en economische macht. Talloze websites, zowel legaal als licht underground of volledig illegaal, onthullen (staats)geheimen en stellen misstanden genadeloos aan de kaak. Ze dwingen de gevestigde orde tot aanpassingen of brengen heersers of mediatycoons zelfs ten val. Eenzaten als Manning of Snowden konden met ict hun onthullingen in een fractie van een seconde delen met de hele wereld. Ze brachten supermacht vs tot machteloze razernij, maar in het ict tijdperk kan de geest nooit meer terug in de fles, als hij er eenmaal uit is.

Terwijl sommigen nog achteloos menen dat WikiLeaks, Anonymous of de campagnes tegen acta, pipa of sopa voorbijgaande en marginale verschijnselen zijn, werd de Duitse Piratenpartij met een ongekende verkiezingsoverwinning ineens een parlementaire machtsfactor. Dat is geen oprisping binnen het bestaande systeem, het is een teken dat het systeem zelf verandert. Nieuwe technologieën veranderen de aard van de parlementaire, vertegenwoordigende democratie. Burgers laten via internet rechtstreeks van zich horen. Het brengt de ‘radicale democratisering van de samenleving’ die de founding fathers van D66 voor ogen stond, ineens heel dichtbij.

En ja, het internet biedt ook eindeloze nieuwe mogelijkheden voor mensen met slechte bedoelingen. Cybercriminelen, drugshandelaars, identiteitsdieven, handelaars in kinderporno, terroristen, oplichters en ander gespuis leggen een grote inventiviteit aan de dag als het gaat om het benutten van het internet.

Al deze omwentelingen in de maatschappelijke, economische en bestuurlijke verhoudingen zijn onomkeerbaar. De gevestigde orde wordt grondig door elkaar geschud. De oude orde zal niet meer terugkeren. En zoals bij alle grote maatschappelijke veranderingen is de angst voor en het verzet tegen verandering navenant groot.

Geopolitieke veranderingen

Naast de radicale veranderingen als gevolg van technologische ontwikkelingen voltrekken zich tektonische verschuivingen in de geopolitieke verhoudingen. De hegemonie van het Westen is definitief ten einde. De overmacht en de welvaartsvoorsprong van de vs en Europa is niet meer vanzelfsprekend en zal dat ook niet meer worden. Dat vereist een grote psychologische omslag.  

‘De hegemonie van het Westen is definitief ten einde. De overmacht van de VS en Europa is niet meer vanzelfsprekend en zal dat ook niet meer worden’  

Amerikanen en Europeanen lopen weliswaar nog steeds op kop, maar slechts op een sukkeldrafje, terwijl ze over hun schouder de sprinters uit de nieuwe opkomende machten zien aanstormen. Als we het tempo niet versnellen, lopen we straks in de middenmoot of achteraan. Het tempo van de race wordt niet meer automatisch door ons bepaald, de anderen blijven niet meer vanzelfsprekend achter ons lopen. De economische verhoudingen verschuiven snel. Vanuit China,India en Zuid-Amerika worden bedrijven in Europa opgekocht.

De eurozone is aangewezen op steun van het imf, en deed in 2010 een beroep op China om de euro uit de brand te helpen. Opkomende economieën eisen niet alleen hun economische plek op in de wereld, maar drukken ook steeds meer hun politieke stempel op de mondiale verhoudingen. Tot nu toe waren de waarden en normen van de vs en Europa leidend. Of het nu ging over mensenrechten, rechtsstaat en democratie, milieu, sociale rechten of economische modellen. Maar de nieuwe machten brengen niet alleen hun economisch gewicht mee naar de mondiale onderhandelingstafel, óók hun eigen modellen en waarden.

Intussen bruist en kolkt het in de Arabische landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Deels is het een strijd tussen facties binnen het bestaande bestel. Maar er is veel meer aan de hand. De Arabische Lente gaat ook over jonge generaties die roepen om vrijheid, zeggenschap en hun rechtmatige aandeel in de welvaart.

In stilte zijn er ook in Afrika bezuiden de Sahara veranderingen gaande. Nog steeds worden grote delen van Afrika geteisterd door gruwelijk geweld, oorlog en armoede. Maar Afrika is niet gedoemd tot eeuwigdurende misère, zoals veel Westerlingen bijna automatisch aannemen. Er zijn hoopvolle tekenen van economische ontwikkeling, behoorlijk bestuur en opkomst van een rechtsstaat. Europa laat Afrika economisch links liggen en ziet het vooral als bodemloze put voor ontwikkelingsgelden. 

‘Maar Afrika is niet gedoemd tot eeuwigdurende misère, zoals veel Westerlingen bijna automatisch aannemen’

Maar China investeert veel geld in het continent, overigens met weinig oog voor de rechten en belangen van de mensen ter plaatse. Juist in Afrika kunnen nieuwe technologieën een enorme economische stimulans zijn. Veel mensen in Afrika zijn arm, maar het continent heeft naast een ongekende rijkdom aan grondstoffen ook een groot onbenut arbeidspotentieel.

De verschuivende migratiestromen zijn een indicatie voor verschuivende economische verhoudingen. Honderd jaar geleden was Europa een emigratiecontinent. Arme Ieren, Grieken, Denen of Friezen trokken naar Amerika om er een bestaan op te bouwen. Ook binnen Europa waren er altijd migratiestromen, van zuid naar noord, of nu van oost naar west. De laatste halve eeuw werd West-Europa zelf een immigratiecontinent. Uit Afrika en Azië kwamen mensen naar Europa, op zoek naar werk. Maar de instroom vlakt af, en steeds vaker besluiten Europeanen om weg te trekken, naar plekken op de wereld die meer kansen of uitdagingen bieden.

De grondstoffenwedloop

In 1957 was de wereldbevolking ongeveer 2,5 miljard. Europa maakte daarvan ruim 20% uit. In 2011 waren er 7 miljard wereldburgers, waarvan 500 miljoen eu-burgers, ofwel zo’n 7%. Op het Europese continent wonen circa 710 miljoen mensen. In 2057 zal de wereldbevolking circa 9,5 miljard bedragen, waarvan de Europese Unie circa 5% zal uitmaken. De bevolking van Europa krimpt relatief, maar in sommige gebieden zelfs absoluut. Daarnaast vergrijst de bevolking in hoog tempo.

Het is duidelijk dat 9,5 miljard inwoners een aanzienlijk grotere belasting voor onze planeet vormen dan 2,5 miljard. Het voedselvraagstuk en de watervoorziening zullen de komende decennia snel stijgen op de politieke agenda. Het groeiende tekort aan grondstoffen doet zich nu al voelen in sterk stijgende prijzen. Fossiele brandstoffen raken op, terwijl de vraag naar energie door een kleine verdrievoudiging van de wereldwijde middenklasse exponentieel toeneemt. Als we nu niet in actie komen, barst er een hevige strijd los om water, voedsel, energie en grondstoffen. De mondiale concurrentie zal leiden tot nieuwe ongelijkheid in de wereld. Of beter gezegd: een verschuiving van de ongelijkheid waarbij de westerse wereld niet meer automatisch het beste deel krijgt. Europa heeft weinig eigen fossiele brandstoffen als gas of olie, en ook voor andere grondstoffen zijn we afhankelijk van andere –vaak instabiele – regio’s. Veel landen, zoals China, zijn nu al bezig beslag te leggen op voorraden grondstoffen en fossiele brandstoffen. Zelfs de zeebodem wordt al in stukken “geclaimd” door landen.

In de grondstoffenwedloop staat Europa niet sterk. Alleen door een wereldwijde omslag naar nieuwe technologieën en slim gebruik van grondstoffen kunnen we onze welvaart en levenskwaliteit voor toekomstige generaties veiligstellen. Voor een continent als Europa, met weinig eigen grondstoffen, is dat nog veel belangrijker dan voor andere continenten. 500 Miljoen eu-burgers hebben belang bij een sterk, verenigd Europa dat voor hun belangen opkomt.

In een kenniseconomie zijn bovendien niet alleen traditionele hulpstoffen een belangrijke concurrentiefactor, ook kennis zelf is een essentiële grondstof. De ‘battle for the brains’ wordt net zo bepalend voor de welvaart van een natie als de aanwezigheid van water of vruchtbare grond. Europa moet zich tot doel stellen het hoogste onderwijsniveau en het meest toegankelijke, inclusieve onderwijssysteem ter wereld te hebben. Om onze welvaart veilig te stellen moet Europa het slimste continent worden. We hebben een enorme voorsprong: toegang tot onderwijs is bij ons algemeen en het gemiddelde opleidingsniveau is hoog. Maar andere delen van de wereld timmeren aan de weg, Europa kan niet op haar lauweren rusten.

Europa en de vs zijn niet meer de enige en meest aantrekkelijke bestemmingen voor knappe koppen en arbeidskrachten. Azië, vooral China, is sinds een aantal jaren een populaire bestemming voor ambitieuze, hoog opgeleide jongeren en ondernemers. Nu de Amerikaanse en Europese economieën in het slop zitten, trekken ook steeds meer van onze beste krachten naar Booming Brasil. Europa moet weer aantrekkelijk worden voor de grootste talenten van deze wereld. Kennis is de enige grondstof die zich vermeerdert naarmate we er meer van gebruiken. Vrij Verkeer van Kennis moet de vijfde vrijheid worden in de Europese interne markt. Hoe meer we de grenzen afbreken voor kennis, hoe meer we ervan krijgen, hoe meer we onze welvaart en levenskwaliteit vergroten.

‘Alleen door een wereldwijde omslag naar nieuwe technologieën en slim gebruikt van grondstoffen kunnen we onze welvaart en levenskwaliteit voor toekomstige generaties veiligstellen.’  

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3

Klaar voor de nieuwe wereld?

Mensen voelen instinctief aan dat hun vertrouwde wereld in hoog tempo verdwijnt. De oude solide zekerheden beginnen aan te voelen als drijfzand. De vertrouwde methodes werken niet meer. In hun onzekerheid grijpen mensen steeds terug op het oude bekende. Nostalgie overheerst, maar de oude tijden geven geen handvaten voor de vragen van vandaag. De bakelieten telefoon rinkelt, maar krijgt geen verbinding met de iPhone.

De angst voor het nieuwe en het vreemde staat een goede toekomst in de weg. Technofobie, xenofobie en eurofobie werken verlammend. De angst voor moderniteit, maar paradoxaal ook de angst om er geen deel aan te hebben, worden breed gedeeld. Populisme is de democratische uiting van die angst. De terroristen van 9/11 of Anders Breivik in Noorwegen zijn de gewelddadige exponenten van het fanatieke verzet tegen de nieuwe werkelijkheid. Ze willen letterlijk met kracht en geweld terug in de tijd, vasthouden aan een ingebeeld verleden, aan een bekende en vertrouwde orde, waarin zij zich weten te handhaven. Ze zoeken externe zondebokken die hun zekerheden bedreigen: moslims, joden, homo’s, globalisering, neoliberalen, klimaatdeskundigen of Europa.  

‘Darwin toonde al aan: de winnaars zijn diegenen die zich het best aanpassen aan de nieuwe tijd’  

Maar hoezeer we ook bang zijn voor de veranderende werkelijkheid: we kunnen de tijd en de wereld niet stopzetten. De dreiging zit niet in de veranderende werkelijkheid, maar in het onvermogen zich aan te passen. Darwin toonde al aan: de winnaars zijn diegenen die zich het best aanpassen aan de nieuwe tijd. De veranderde omstandigheden bieden immers óók nieuwe kansen en hoop.

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 4

Terug naar de tekentafel 

Stel: er was geen Europese Unie. Stel: er bestonden geen natiestaten, geen hoofdsteden, geen grenzen, geen regeringen en geen eu-instellingen. Stel: het Europese continent was een blanco, onbeschreven blad dat we zelf mochten invullen. Als we vandaag Europa zouden ontwerpen, hoe zou het er dan uitzien? Hoe zouden we Europa inrichten, zodat 500 miljoen burgers op dit continent in veiligheid, vrijheid en welvaart zouden kunnen leven? Als we Europa opnieuw zouden mogen uitvinden, welk model zou dan het beste zijn voor het Europa van de 21e eeuw?

Model 1957 piept en kraakt, en moet hoognodig worden vervangen door een eigentijdser systeem. Zoals de iPhone de bakelieten telefoon opzij schoof, zo moeten we in Europa een bestuur krijgen dat hoort bij deze tijd. Een bestuur met volwaardige legitimiteit van zijn burgers. Een bestuur dat adequaat de belangen van die burgers vertegenwoordigt in de wereld van vandaag. Een iBestuur 3.0: niet meer ontworpen door Alexander G. Bell, maar door Steve Jobs. Een bestuur met precies de functies die jij als burger nodig hebt, dat je kunt inrichten met praktische nieuwe apps. Een bestuur waarmee iedereen gezien wil worden, een netwerk voor communicatie en gezamenlijke acties van burgers, een gemeenschap van mensen met dezelfde doelen.

Burgers organiseren zich door de geschiedenis heen keer op keer in nieuwe structuren om nieuwe gemeenschappelijke uitdagingen zo effectief mogelijk aan te pakken. Toen het water een bedreiging werd, vormden we in Nederland waterschappen. In een land als Nederland was het regelen van de waterhuishouding een zaak van algemeen belang, een zaak van de gemeenschap. Samenwerking was letterlijk van levensbelang. In een wereld van globalisering, van een Informatie- en Communicatierevolutie en een grondstoffenwedloop hebben 500 miljoen Europeanen evenzeer

een gemeenschappelijk belang als de polderbewoners destijds in de waterschappen. In de 18e en 19e eeuw kwam de natiestaat op, als het beste model voor de uitdagingen van de industriële samenleving. In de naoorlogse jaren vijftig ontstond de internationale samenwerking tussen natiestaten. Maar deze modellen zijn niet meer afdoende voor de wereld van vandaag. Nederland kan als stipje op de wereldkaart onmogelijk in haar eentje concurreren met opkomende grootmachten als China of Brazilië.

Als we het bestuur van Europa vandaag voor diezelfde 500 miljoen burgers opnieuw zouden mogen inrichten, zouden we het continent niet volbouwen met nationale muren, of een bestuur ontwerpen met 28 verlammende veto’s. Wie vanuit de ruimte zou neerkijken op de wereld van vandaag zou nooit op het idee komen het Europese continent in kleine stukjes op te delen.  

 ‘Als de Europese Unie niet bestond zouden we haar vandaag uitvinden’  

De nationale staat en soevereiniteit staan niet onder druk omdat – zoals populisten willen doen geloven – een machtswellustig Europa zijn greep wil verstevigen. De nationale staat staat simpelweg onder druk door de veranderende werkelijkheid. Zoals de strijd tegen het water de dijkbewoners dwong samen te werken, zo dwingen de ontwikkelingen in de wereld ons tot samenwerking in heel andere verbanden dan de eigen, vertrouwde natiestaat. Nationale politiek verliest betekenis door mondialisering en geopolitieke verschuivingen, maar ook omdat burgers zich dwars over alle grenzen heen organiseren en rechtstreeks zaken doen. Het rechtsgebied en het grondgebied van individuele landen corresponderen in het internettijdperk steeds minder met de zaken die we willen reguleren, zaken die zich van grenzen weinig aantrekken.

De beslissingsmacht ligt feitelijk al voor een groot deel buiten de nationale politiek – in Berlijn, Parijs, Washington, bij de financiële markten, bij de nsa of bij wereldwijde datanetwerken. Maar de burger mag bij verkiezingen alleen zijn nationale bestuur aanwijzen, over de rest heeft hij niets te zeggen. De werkelijke macht anno nu is onzichtbaar en ongrijpbaar. Daarom is het belangrijk dat we de macht expliciet, zichtbaar maken, en dus ook controleerbaar.

De wereld van vandaag vraagt om een sterk, slagvaardig, dynamisch én democratisch Europa. Als de Europese Unie niet bestond, zouden we haar vandaag uitvinden.

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 5

Legitimiteit en lotsverbondenheid 

Een sterk Europa kan niet zonder een sterke legitimiteit. De macht moet rechtstreeks van de 500 miljoen Europese burgers worden verkregen. In het huidige intergouvernementele ‘model 1957’ hebben burgers weinig te vertellen. De Europese Unie van vandaag is nog steeds gebaseerd op de internationale diplomatieke samenwerking van nationale regeringen. De Europese Commissie en de Raad hebben geen rechtstreeks mandaat gekregen van de kiezer.

Het Duits-Franse duo ‘Merkozy’ besliste de afgelopen jaren over Europa zonder dat ze door Europese kiezers waren gekozen, en zonder dat ze aan de Europese kiezer verantwoording afleggen. Zonder dat de Europese kiezer iets werd gevraagd, werd ‘Merkozy’ vervangen door ‘Merkollande’ en vervolgens door Merkel. De Duitse parlementsverkiezingen bepalen op hun beurt de politieke kleur van het Europees beleid, zonder dat kiezers in Griekenland, Litouwen of Nederland daar een stem in hebben gehad.  

‘Een sterk Europa kan niet zonder een sterke legitimiteit. De macht moet rechtstreeks van de 500 miljoen Europese burgers worden verkregen’  

Het Europees Parlement heeft als enige eu-instelling een gekozen mandaat, en ontwikkelt zich tot de politieke arena van de Europese Unie. Maar die ontwikkeling kost tijd, en de puur nationale kiesprocedures zijn een obstakel. De grootste zwakte is dat Europa de enige bestuurslaag is waar de kiezer in het stemhokje geen machtswissel teweeg kan brengen. Of je nu op extreem links of extreem rechts stemt, of op het radicale midden, uiteindelijk delen de Merkels en Van Rompuys in Europa de lakens uit.

Welk signaal de kiezer ook geeft, de regeringsleiders hoeven zich daar niet door te laten leiden in hun keuze voor de voorzitters van de Commissie en de Raad. Eén ding is zeker: als we de Europese Unie opnieuw zouden uitvinden, zouden we nooit zo’n vreemde constructie bedenken.

In een democratie bepaalt de burger zelf rechtstreeks de samenstelling van het bestuur. Ook een Europees bestuur moet daarom rechtstreeks door de burgers worden aangewezen, en niet ‘getrapt’ via de nationale politiek. Burgers moeten hun vertegenwoordigers kunnen controleren, ter verantwoording roepen en wegstemmen wanneer nodig. Mensen moeten zich Europabreed kunnen organiseren rondom een ideologie, single issue of deelbelangen en vanuit hun midden een vertegenwoordiger aanwijzen via Europese kieslijsten.  

‘Burgers moeten hun vertegenwoordigers kunnen controleren, ter verantwoording roepen en wegstemmen wanneer nodig’  

Via internet kunnen mensen zich organiseren, besluiten nemen en zelf vorm geven aan hun wereld. Deze nieuwe mogelijkheden zijn geen bedreiging van de democratische orde, maar moeten juist worden omarmd als een versterking daarvan. Natuurlijk is democratie meer dan de dominantie van de (georganiseerde) meerderheid rondom een deelbelang. In een democratie worden complexe afwegingen gemaakt, waarbij de rechten en belangen van minderheden moeten worden beschermd. In een democratie moet verantwoording worden afgelegd. Regeren per internetpeiling werkt dus niet.

Maar internet en netwerken kunnen wel dienen als platform voor burgers om zich te organiseren, meningen en ideeën uit te wisselen en gezamenlijke standpunten en eisen te formuleren. Om acties op touw te zetten of mede vorm te geven aan beleid. Zoals vroeger de dijkbewoners samen kwamen rondom een gezamenlijk belang, zo ontstaan er nu op internet gemeenschappen rondom een gemeenschappelijk belang. De Arabische Lente, acta en de Piratenpartij zijn voorbeelden van die ontwikkeling. Een modern eu bestuur moet deze nieuwe vormen van democratische participatie met beide handen aangrijpen en integreren  

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 6

Wie zijn wij?

Het eu bestuur Model 1957 is een samenwerking tussen (inmiddels) 28 regeringen en hun diplomaten. Maar zoals Europees founding father Jean Monnet zei: “Wij brengen mensen samen, geen landen.” Een Europese politieke unie is een gemeenschap van 500 miljoen burgers. 500 Miljoen mensen die, net als de bewoners achter de dijk, een gezamenlijk belang delen: de gemeenschappelijke uitdaging om in de snel veranderende wereld van de 21e eeuw onze hoge levenskwaliteit te behouden en te verbeteren. Een gemeenschap van 500 miljoen mensen die in de geschiedenis soms naast elkaar en soms tegenover elkaar stonden. 500 miljoen burgers met een enorme rijkdom aan uiteenlopende tradities en cultuur. Maar ook 500 miljoen mensen die niet alleen een verleden delen, maar ook een gezamenlijke toekomst. Een politieke unie is een gemeenschap van waarden.

Gemeenschap

Maar zijn wij een gemeenschap? Kunnen we in Europa een gemeenschap zijn, met zoveel diversiteit? Sommigen menen dat Europese democratie onmogelijk is, omdat er geen Europees ‘demos’ is, geen volk, geen natie, en omdat er (dus) geen Europese publieke opinie bestaat. De culturele verschillen zouden onoverbrugbaar en onveranderlijk zijn, identiteit zou vrijwel geheel samenvallen met nationaliteit. Karaktereigenschappen worden toegeschreven aan schijnbaar homogene landen. Maar klopt dat? Zijn culturele verschillen onoverbrugbaar en onveranderlijk?

Kan iemand zich voorstellen dat – pakweg – Ieren, Nederlanders, Kroaten, Grieken, Polen, Tsjechen, Zweden, Italianen, Britten, Denen, Spanjaarden één natie zouden vormen? Dat ze zich één gemeenschap zouden voelen, met een gezamenlijke identiteit? Dat ze bereid zijn één taal te spreken en hun stem te geven aan één centrale regering, onder leiding van een Afrikaanse immigrantenzoon? Onmogelijk zegt u? Maar het bestaat. Alleen niet hier, in Europa, de bakermat van al die verschillende nationaliteiten, maar in de Verenigde Staten. Al die Ieren, Nederlanders, Kroaten, Grieken, Polen, Tsjechen, Zweden, Italianen, Britten, Denen, en Spanjaarden koesteren hun roots en hun diversiteit, maar ze delen ook een gezamenlijke identiteit en een gezamenlijke toekomst. Als Europeanen aan de andere kant van de oceaan dat kunnen, waarom dan niet hier, op ons eigen continent?

Natuurlijk is daar een reden voor. Op ons eigen continent hebben we elkaar twintig eeuwen lang bestreden, vervolgd en over de kling gejaagd. Vooral in de bloedige twintigste eeuw hebben we elkaar gruweldaden aangedaan die elk voorstellingsvermogen tarten. Na twee wereldoorlogen en decennia van fascistische en communistische dictatuur hadden we weinig reden tot onderling vertrouwen en lotsverbondenheid. En toch hebben we destijds de moed gehad, hebben we ons wederzijds wantrouwen overwonnen en besloten verder samen dezelfde weg te bewandelen. Wij Europeanen waren toen in staat groot te denken.

En dat vermogen hebben we nog steeds. De uitdagingen in de wereld van vandaag en in de toekomst zijn onbekend en groot. Maar er zijn ook ongekende nieuwe kansen. Europa moet zichzelf opnieuw uitvinden, en de energie en de ambitie hervinden waarmee we Europa tot het meest vrije, stabiele en welvarende continent ter wereld hebben gemaakt.

Waarden

In de afgelopen zestig jaar hebben we in Europa vooral samengewerkt op basis van gemeenschappelijke belangen. Om vrede en vrijheid te garanderen, om zo efficiënt mogelijk te handelen, om van elkaar te leren. Gedeelde belangen zijn belangrijk, maar op zichzelf niet voldoende als bindmiddel voor een gemeenschap. Een echte gemeenschap heeft gedeelde waarden.  

 ‘Gedeelde belangen zijn belangrijk, maar op zichzelf niet voldoende als bindmiddel voor een gemeenschap. Een echte gemeenschap heeft gedeelde waarden’  

Gemeenschappelijke waarden scheppen onderling vertrouwen. Die waarden hebben we als Europeanen geformuleerd, vertaald naar concrete principes, en uitvoerig opgeschreven in belangrijke documenten. In de opeenvolgende eu-Verdragen, in het Europees Handvest van de Grondrechten, in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en in talloze afzonderlijke wetten en conventies.We hebben een enorm arsenaal aan instanties in het leven geroepen om onze waarden te bewaken en de grondrechten te beschermen. Toezichthouders, ombudslieden, rechtbanken, klachtencommissies, vertrouwenspersonen, raden en commissies, Internationale Hoven tot en met het Mensenrechtenhof in Straatsburg waken over onze rechten.

Maar we hebben ons die waarden nog niet eigen gemaakt. We hebben ze niet eigenhandig gekneed. Ze zijn niet gevormd in discussie en confrontatie tussen Europese burgers, maar het resultaat van ambtelijke processen. We nemen ze voor vanzelfsprekend aan, als onderdeel van onze nationale democratie, maar we ervaren het nog niet als iets wat we delen met Europeanen uit andere lidstaten.

Het bewust definiëren en uitspreken van gezamenlijke waarden is een randvoorwaarde voor Europa als politieke unie. De realiteit van concreet beleid dwingt ons die waarden gezamenlijk te formuleren. Zo is familierecht nationaal beleid. Maar hoe definieren we ‘gezin’ bij Europese regels voor gezinshereniging voor migranten? Is dat man en vrouw, gehuwd, met kinderen? Of ook een samenwonend stel? Of een homostel met kinderen? Mogen Europese subsidies worden gebruikt voor stamcelonderzoek? Mogen eu-subsidies voor vrouwenrechten worden besteed aan een anti-abortuscampagne? Is een Nederlandse euthanasiearts strafbaar in Italië? Mag Women on Waves, de Nederlandse abortusboot, in Poolse wateren opereren? Hoe zit het met de vrijheid van meningsuiting in het internettijdperk, als je in Duitsland de gevangenis ingaat voor holocaustontkenning, terwijl in Groot-Brittannië de vrijheid van meningsuiting vrijwel onbeperkt is? Waarom zijn eu-landen verplicht elkaars landbouwproducten te erkennen, maar niet een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht dat in een andere eu-lidstaat is gesloten? Hoe kan het dat de ene lidstaat asiel verleent aan homoseksuele asielzoekers uit Iran, en de andere niet?

Steeds opnieuw worden we gedwongen gezamenlijk onze waarden te definiëren. In de jaren vijftig, toen het alleen over kolen en staal ging, deden waarden niet ter zake. Maar naarmate de Europese samenwerking zich uitstrekt tot andere terreinen, dringen deze vragen zich steeds vaker op. En dat is goed zo. Ethische en morele discussies zijn niet makkelijk. Ook binnen een lidstaat bestaan er grote verschillen van mening over zaken als homorechten, vrouwenrechten, medisch-ethische vraagstukken, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en zelfbeschikking.

In de eu heeft de discussie een extra dimensie: we hebben met elkaar – keurig op papier – mooie afspraken gemaakt over waarden en grondrechten. Maar als het erop aan komt, mag Europa ons dan aan die waarden en grondrechten houden? Krijgen die waarden en grondrechten praktische en juridische waarde voor burgers, of blijven het vrijblijvende politieke verklaringen? Hongarije bijvoorbeeld schendt op grote schaal de democratische spelregels en grondrechten. Premier Orbán stelt dat Hongarije haar eigen wetten maakt en zich van eu-wetten niets hoeft aan te trekken. Wie knippert er het eerst met de ogen: Orbán of Europa? Als lidstaten deze onderdelen van de Europese Verdragen niet naleven, hoe kunnen we elkaar dan vertrouwen? En welk moreel gezag hebben we nog in de wereld, als we binnen onze eigen grenzen de zelf gedefinieerde waarden niet kunnen handhaven? De grootste test voor de Europese integratie is of het Handvest van de Grondrechten bindend is, net zoals het Stabiliteits- en Groeipact in de eurozone.

Deze discussies zijn nooit eendimensionaal en statisch. Er zijn altijd schuivende meerderheden en minderheden, en de publieke opinie evolueert. Maar het is de gezamenlijke discussie erover die ons tot een gemeenschap smeedt. Gemeenschappelijk geformuleerde waarden zijn het bindmiddel, de basis voor onderling vertrouwen.

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7

Een verhaal voor iedereen

Het nieuwe verhaal voor Europa is een verhaal voor iedereen. Wat Europa uniek maakt in de wereld is dat het een gemeenschap is op basis van solidariteit. De sterkste individuen onder ons redden het wel op eigen kracht. Ook in de snelle, grote wereld van de globalisering. Zij hebben de middelen en de vaardigheden om zich aan te passen en kansen te grijpen.

De kracht van Europa ligt juist in de gezamenlijkheid. In het besef dat we als gemeenschap betere kansen hebben in de wereld dan afzonderlijk. Dat wisten de oude waterschappen al: de zwakkeren helpen en steunen is essentieel voor een goede dijkbewaking. De kwaliteit van de samenleving wordt niet alleen afgemeten aan het succes van de sterksten, maar juist aan de kansen en steun voor de zwakkeren.  

‘De kracht van Europa ligt juist in de gezamenlijkheid. In het besef dat we als gemeenschap betere kansen hebben in de wereld dan afzonderlijk’  

Voor hoog- en laagopgeleid

Opleiding en kennis zijn in toenemende mate bepalend voor kansen en succes. Niet alleen op de arbeidmarkt, maar ook voor de sociale omgeving. Zo kiezen mensen hun huwelijkspartner tegenwoordig steeds meer op basis van opleidingsniveau, terwijl vroeger stand of klasse doorslaggevend waren. Opleiding en kennis zijn cruciaal voor kansen en sociale mobiliteit. Het verschil tussen arm en rijk groeit, en de scheidslijn valt voor een groot deel samen met opleidingsniveau. In de nieuwe mondiale kenniseconomie hebben de hooggeschoolden fantastische nieuwe kansen, terwijl de laaggeschoolden tot de potentiële verliezers behoren, met weinig uitzicht op verbetering.

Niet heel verrassend blijkt uit alle peilingen dat juist laaggeschoolden de veranderingen in de wereld met grote argwaan bekijken. Het zou in strijd zijn met het Europese ideaal van solidariteit om deze groep in de steek te laten. Europa kan het zich bovendien niet permitteren om ook maar één kostbare grijze cel onbenut te laten. Voor een sterk Europa is het essentieel dat we investeren in onderwijs, onderwijs, onderwijs.

En dat geldt niet alleen voor de academische top, maar juist ook voor achterstandsgroepen. In de wereld van vandaag zijn internationale vaardigheden en talenkennis geen extra luxe, maar elementair en onmisbaar om optimaal deel te kunnen nemen aan de arbeidsmarkt. Informatie- en communicatietechnologie bieden ongekende mogelijkheden voor het delen, verspreiden en vergroten van kennis. Grote groepen mensen krijgen ongekende nieuwe kansen om hun plek in de samenleving te verstevigen en te verbeteren.  

‘Europa is het beste continent ter wereld om oud te worden. Maar Europa moet ook de beste plek zijn voor jongeren’  

Voor jong en oud

Het Europese verhaal is ook voor alle generaties. Europa vergrijst. Europa is het beste continent ter wereld om oud te worden. Maar Europa moet ook de beste plek zijn voor jongeren. Jongeren krijgen– vaak terecht – het gevoel dat de generaties vóór hen alles hebben opgesoupeerd. Ze zijn opgegroeid in welvaart, maar hebben moeizaam of geen toegang tot de arbeidsmarkt, zien hun pensioen achter de horizon verdwijnen, vinden geen woning, zien de prijzen voor energie en grondstoffen stijgen en zien dat zorg steeds meer is voorbehouden aan welgestelden. De generaties voor hen bezetten de posten waar de besluiten worden genomen, en de oudere generaties zijn moeizaam te bewegen tot hervormingen. Jongeren lijken in de schuldencrisis de prijs te gaan betalen voor het potverteren van de ouderen.

Een sterk Europa is geen panacee voor alles, maar wel een randvoorwaarde voor een gezonde en vitale economie. Een sterk Europa met open grenzen is essentieel om ook voor de toekomst de welvaart veilig te stellen, om banen te scheppen, om een solide economische basis te leggen onder ons pensioenstelsel en de sociale zekerheid en om duurzame oplossingen te vinden voor energie en grondstoffen. Europa heeft genoeg goede ideeën om de meest dynamische, duurzame, innovatieve kenniseconomie ter wereld te worden, zoals afgesproken in de strategie eu2020. Maar we aarzelen om ze uit te voeren. Gevestigde belangen en angst voor verandering zitten in de weg. Terwijl we met die plannen ook voor de jongeren van nu en van morgen de allerhoogste levenskwaliteit kunnen garanderen.

Voor alle kleuren en culturen

Het Europese verhaal is ook voor iedereen die in de Europese Unie leeft. Europa was lang een vertrekpunt van emigranten naar andere delen van de wereld waar ze een beter bestaan wilden opbouwen. De Verenigde Staten smeedden uit die smeltkroes een dynamische, veerkrachtige samenleving en economie, en een stevig gemeenschapsgevoel. Maar Europa is inmiddels zelf een bestemming voor migranten uit andere delen van de wereld. De samenstelling van de Europese bevolking is meer divers dan in de jaren vijftig. Dat roept in economisch onzekere tijden altijd eerstanden op. Maar een Fort Europa heeft geen enkele toekomst, is een doodlopende weg. In plaats daarvan moet Europa inzetten op een stevig Europees gemeenschapsgevoel, waar nieuwkomers snel deel van worden. In de komende decennia moeten we werken aan Europa als gemeenschap van burgers, en onze gezamenlijke identiteit ontwikkelen. Juist door de rijke culturele diversiteit is Europa in staat nieuwkomers volledig op te nemen. De veelheid aan culturen is een bron van welvaart, nationalisme is een splijtzwam.  

‘Europa is geen losse samenwerking tussen staten op basis van toevallige belangen, een samenwerking die p elk willekeurig moment gratis kan worden opgezegd’  

Voor alle Europeanen

Het nieuwe verhaal is ook een verhaal voor Europeanen die nog niet zijn binnengelaten. In een sterk continent horen geen witte plekken op de kaart. Door verdere hereniging wordt Europa naar binnen en naar buiten sterker. De lidmaatschapcriteria zijn er niet om andere Europeanen buiten te houden, maar om ze zo goed mogelijk binnen te krijgen.

Speculatie op uittreding van lidstaten uit de eurozone en uit de eu zijn lichtvaardig en ontkennen de kern van de Europese eenwording. Europa is geen losse samenwerking tussen staten op basis van toevallige belangen, een samenwerking die op elk willekeurig moment gratis kan worden opgezegd.

Het doel van de Europese eenwording was onomkeerbare verwevenheid, zodanig dat het belang van de ander ook ons belang wordt. Europese integratie is niet vrijblijvend. Alleen een stevige politieke unie, een gemeenschap van burgers die elkaar door dik en dun steunen, kan overleven in de onstuimige wereld van de 21e eeuw.

Dit verhaal is voor al die honderden miljoenen Europeanen, met hun tientallen nationaliteiten, met hun honderden talen en dialecten, met hun godsdiensten en levensbeschouwing, met hun tradities, hun geschiedenis, hun cultuur en hun huidskleur. Voor alle Europeanen met hun vrienden, naasten, geliefden en families in alle verschijningsvormen. Het is een verhaal voor jongeren en ouderen, voor nieuwkomers en voor wie al generaties met de grond is verbonden, voor wereldburgers en voor kleine luyden. Voor ondernemers, kunstenaars, boeren, wetenschappers, uitvinders en avonturiers. Voor computerwhizzkids, kapsters, monteurs, leraren, sporters, filmmakers, studenten, verzekeringsagenten. Voor loonslaven, eigen bazen, flexwerkers en zzp’ers.

Europa, dat zijn wij.

terug naar top >
Afbeelding
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 8

Model 2057 

Op de puinhopen van twee wereldoorlogen hadden de founding fathers van de Europese integratie een grootse visie en politieke moed. Zij zagen in dat Europa alleen een toekomst van vrijheid, vrede en welvaart zou kennen door onderlinge verwevenheid. Later, na de val van de Berlijnse Muur, had een nieuwe generatie Europese leiders dezelfde visie, dezelfde moed, en zorgden voor de heling van het verscheurde continent. Nu is het tijd voor de nieuwe generatie politieke leiders om het stokje over te nemen. Het is aan ons om de fundering te leggen voor het Europa van onze kinderen en kleinkinderen.

Er zit geen pauze-knop op de wereld, we kunnen niet blijven stilstaan in de jaren vijftig. We hebben nu een unieke kans om Europa opnieuw vorm te geven, om terug te gaan naar de tekentafel. We moeten Europa een nieuw bestuur geven voor de 21e eeuw. Geen ouderwetse regenten van de zwart-wit fotootjes uit de jaren vijftig, aangewezen door diplomaten. Maar een bestuur dat de wil van de Europese kiezer weerspiegelt, op basis van de verkiezingsuitslag. Een bestuur met een rechtstreeks gekozen voorzitter, en met volwaardige ministers.

 ‘We hebben nu een unieke kans om Europa opnieuw vorm te geven, om terug te gaan naar de tekentafel’  

Zo vertegenwoordigt in de toekomst de Europese Minister van Buitenlandse Zaken ons buiten de Europese grenzen, en leidt het vredesproces in het Midden-Oosten en de onderhandelingen met Iran.

De Minister van Internationale Handel zit namens Europa in de wto, en in de G6 – de opvolger van de G8 omdat de nationale zetels van Europa worden samengevoegd tot één, en Afrika een eigen zetel krijgt – heeft Europa een heel zware stem.

De Europese Minister van Economische Zaken zorgt voor de investeringen waarmee Europa wereldleider innovatie wordt. De Europese staatssecretaris van Sociale zaken zorgt dat de rechten van Europese werknemers in heel Europa worden bewaakt.

De Europese Minister van Justitie bindt samen met het Europese politiekorps en het Europese Openbaar Ministerie de strijd aan tegen zware grensoverschrijdende criminaliteit, zodat drugscriminelen, mensenhandelaren en cybercriminelen geen kans krijgen.

De Europese Minister van Grondrechten kan stevig optreden tegen homohaat, discriminatie van ouderen, inperking van de persvrijheid of racistisch geweld.

De Europese Minister van Financiën beheert met strakke hand de Europese begroting. De bijdragen van de lidstaten zijn afgeschaft, en vervangen door rechtstreekse bijdragen van de burgers. Burgers kunnen aangeven aan welke prioriteiten hun geld moet worden uitgegeven.

Onder de coördinatie van de Europese staatssecretaris van Onderwijs maken de nationale ministers eendrachtig het Europese onderwijs tot het beste en meest toegankelijke in de wereld. De Minister van Energie maakt dat heel Europa over enkele decennia helemaal op schone stroom leeft, waardoor er honderdduizenden nieuwe banen ontstaan.

Onder aansturing van de Europese Minister van Zorg en Volksgezondheid werken wetenschappers uit heel Europa samen om ons een lang, gezond leven te bezorgen. Door vrij verkeer van zorgdienstverleners vinden we in Europa nieuwe, slimme manieren om mensen goede, persoonlijke zorg te geven in hun eigen omgeving.

Het Europees Parlement, gekozen met pan-Europese kieslijsten, controleert dat bestuur, roept het ter verantwoording, en stuurt individuele Europese Ministers zonodig naar huis. De burger heeft op internet inzage in vrijwel alle stukken, en kan via internet en in zijn eigen taal, rechtstreeks meepraten en meebepalen op alle belangrijke Europese onderwerpen. Burgers kunnen ministers rechtstreeks ter verantwoording roepen in openbare zittingen via webstream en chatfuncties. Grote beslissingen worden in een Europees referendum aan alle Europese burgers voorgelegd.  

‘Onze vrijheid en welvaart zijn een paar visionaire Europeanen het product van de dromen van in de jaren vijftig’  

Dromen? Luchtkastelen? Utopie? Misschien. Maar onze vrijheid en welvaart zijn het product van de dromen van een paar visionaire Europeanen in de jaren vijftig. Als wij nu durven dromen, als we een visie durven hebben, dan is de toekomst aan ons. Dit is het verhaal van onze toekomst.  

terug naar top >