Afbeelding
23 mei 18
23 mei 18
Blog: Droits de l’homme

Vanavond neem ik de Thalys naar Parijs. Niet voor een romantisch weekendje weg of een city trip, maar voor een rechtszaak. Om 9.00 stipt word ik verwacht in de prestigieuze Conseil d’État, het Franse hooggerechtshof, voor een hoorzitting in de rechtszaak die ik aangespannen heb tegen de Franse staat in september 2016.

Waar gaat die rechtszaak over? In juli 2015 onthulde het Franse tijdschrift Le Nouvel Observateur het bestaan van een uitgebreid massasurveillance programma, al gestart in 2008 door Nicolas Sarkozy, en voortgezet door François Hollande. Het Franse grondwettelijke hof had kritiek op het ontbreken van een passende rechtsgrondslag voor het spionageprogramma, dus werd er in 2015 in alle haast een wet door het Franse parlement geloodst om de bestaande praktijk min of meer te legaliseren.

Vier dagen per maand bevind ik me op Frans grondgebied (aangezien het Europees Parlement iedere maand in Straatsburg vergadert), dus in principe zou mijn communicatie ook kunnen zijn onderschept door het spionageprogramma. En hoewel Franse parlementsleden uitgezonderd zijn van deze Franse wet, zijn Europarlementariërs dat niet. Ik besloot een klacht in te dienen bij het Franse overheidsorgaan dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten (CNCTR). De CNCTR vond dat er geen illegale praktijken hadden plaatsgevonden. Vervolgens besloot ik om in beroep te gaan voor het Franse hooggerechtshof, de Conseil d’État.

Natuurlijk moeten politie en inlichtingendiensten adequate instrumenten tot hun beschikking hebben om zware criminaliteit en terrorisme tegen te gaan. En wie een hart heeft, zal begrijpen dat in Frankrijk, dat zo vaak en hard geraakt is door terroristen, veiligheid een absolute topprioriteit is.

Maar in de strijd tegen terrorisme moeten we ook ervoor zorgen dat mensenrechten niet onnodig beperkt worden, en de rechtstaat niet ondermijnd. Het Europees Hof heeft gesteld dat het EU Handvest van de grondrechten volledig van toepassing is op nationale inlichtingenwetten.

Het Britse hof stelde eerder dit jaar dat de UK Data Retention and Investigatory Powers Act (DRIPA), een Britse wet die nieuwe bevoegdheden aan de geheime diensten gaf, in strijd was met Europees recht en teveel inbreuk maakte op de grondrechten van de Britten. De wet wordt nu herzien. Ook de veelbesproken Nederlandse Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (wiv), wordt wellicht aangevochten in de rechtbank. Het is nu aan de Nederlandse regering om ervoor te zorgen dat de herziene wiv ook de toets van het EU Hof van Justitie kan doorstaan.

Ook in Frankrijk werd de hiervoor genoemde wet uit 2015 vanuit verschillende kanten stevig bekritiseerd (onder meer door de man die later premier werd onder Macron).

De onderscheppingen van 2008 tot 2015, vóórdat de Franse wet van kracht ging die het spionageprogramma legaliseerde, zijn duidelijk onwettelijk. Maar de wet zelf is ook niet in lijn met Europees recht . Er zijn onvoldoende wettelijke waarborgen ingebouwd, zoals het recht op effectief beroep. De wet staat ook algemene, allesomvattende controle toe, waardoor personen die van geen enkele misdaad beschuldigd worden ook bespioneerd worden, zonder enige tussenkomst van de rechter om dit toe te staan. Het Europees hof van justitie heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat zulke grootschalige en ongerichte bewaring van persoonlijke gegevens, zonder geldige regel, niet toegestaan is.

Zelfs als de nationale wetten op inlichtingen en veiligheidswetten in lijn waren met Europees recht, dan is er nog steeds een groot grijs gebied van grensoverschrijdende samenwerking en uitwisseling van informatie tussen nationale inlichtingen en veiligheidsdiensten, die aan iedere vorm van regulering of toetsing aan grondrechten ontsnappen. Het recente kritische rapport van de Nederlandse Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) maakt dit inzichtelijk en roept op tot extra wettelijke waarborgen.

We kunnen de uitkomst van de zaak voor het Franse hooggerechtshof niet voorspellen of er op vooruit lopen. Indien nodig sluit ik het niet uit deze zaak voor het Europese hof van justitie of het Mensenrechtenhof in Straatsburg te brengen. Mensen moeten beschermd worden door dezelfde regels, ongeacht in welke EU-lidstaat ze zitten, en surveillancewetten moeten volledig met respect voor Europese grondrechten worden opgesteld en uitgevoerd.

print